Alles over het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en het Schone Lucht Akkoord (SLA)

Het RIVM heeft van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de opdracht gekregen om voor het Schone Lucht Akkoord een gezondheidsindicator te ontwikkelen waarmee overheden een ambitie voor verbetering van de (lokale) luchtkwaliteit kunnen formuleren vanuit het perspectief van gezondheid.

Het inzichtelijk maken van de mate waarin luchtverontreiniging een rolspeelt voor de gezondheid van de burger kan op meerdere manieren gebeuren. Tot voor kort werd in het luchtbeleid vooral gekeken of Europese normen werden overschreden. De afgelopen twee decennia is vanuit de wetenschappelijke wereld steeds meer bewijs gekomen dat er ook onder de wettelijk vastgestelde grenswaarden gezondheidseffecten onder de populatie kunnen optreden. Tot op het laagst waargenomen niveau waarbij onderzoek is uitgevoerd blijven effecten op de gezondheid meetbaar. Voor de World Health Organisation (WHO) is dit reden geweest om in 2006 voor deeltjesvormige luchtverontreiniging (PMl0, PM2,5) te komen met advieswaarden die veel lager liggen dan de wettelijke normen in de EU en USA.
Met de verbeterde inzichten in de rol van luchtverontreiniging in de totale ziektelast van de Nederlandse bevolking (ca. 3,5% ) is het besef van de noodzaak van een verdere reductie in de niveaus van luchtverontreiniging sterk gegroeid. Alhoewel de wettelijke normen leidend blijven, worden vanuit gezondheidsoogpunt de WHO-advieswaarden steeds meer als richtinggevend gezien. Daarbij is er een grote behoefte om de effecten van beleid ook in gezondheidswinst te kunnen uitdrukken, en te richten op maximale gezondheidswinst in plaats van het verminderen van lokale knelpunten. Het RIVM heeft van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de opdracht gekregen om voor het Schone Lucht Akkoord een gezondheidsindicator te ontwikkelen waarmee overheden een ambitie voor verbetering van de (lokale) luchtkwaliteit kunnen formuleren vanuithet perspectief van gezondheid.

Het volledige rapport (207 /2018 DMG/BG/MG d.d. juli 2019) is hier te downloaden.

Zie ook de brief die de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 2 juli 2019 aan de Tweede Kamer zond.