Alles over het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en het Schone Lucht Akkoord (SLA)

Open haarden zijn veruit de meest vervuilende verwarmingstechniek. Verwarming van woningen met behulp van open haarden is ongeveer 250 maal schadelijker dan verwarming met moderne gasgestookte toestellen (centrale verwarming).

Dat is de conclusie van een studie van het instituut CE Delft ("Committed to the Environment") om de milieuschadekosten van verschillende technologiën voor woningverwarming te vergelijken, in opdracht van MIRA, Milieurapport Vlaanderen, maart 2019. Te downloaden via https://www.ce.nl/publicaties/download/2711

De studie onderzoekt de milieuschadekosten ten gevolge van verschillende manieren van woningverwarming in Vlaanderen voor de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Over het algemeen blijkt dat verwarmingstechnieken op woningniveau (dus geen collectieve verwarmingsinstallaties) die gebruik maken van hout, veel hogere milieuschadekosten hebben dan technieken die gebruik maken van aardgas of stookolie. Ook de nieuwste houtgestookte individuele  toestellen voor ruimteverwarming (zoals gesloten houtkachels of ketels die op hout worden gestookt) hebben schadekosten die 5 tot 12 keer hoger zijn dan de milieuschadekosten van de schoonste gasgestookte CV-ketels. In tegenstelling tot open haarden worden deze modernere kachels en ketels wel steeds meer als hoofdverwarming gebruikt. Dit leidt tot gezondheidsschade en negatieve effecten voor natuur en gebouwen.

De cijfers in de samenvatting van het rapport zijn gebaseerd op de stedelijke omgeving in Vlaanderen. Milieuschadekostenfactoren in stedelijke omgeving zijn hoger dan die in de landelijke omgeving. Voor alle duidelijkheid: de schadekosten zijn voor particuliere houtstook en dus niet voor zakelijke installaties waarvoor strengere eisen gelden en die  regelmatig gekeurd moeten worden.

Op dit moment wordt bezien waar de beschreven milieuschadekosten in Nederland afwijken van de Vlaamse situatie. Emissiefactoren, en daarmee milieuschadekosten, worden daarnaast mede bepaald door het al dan niet toepassen van nageschakelde filters op de rookgasafvoer, zoals beschreven in hfd. 6 van het rapport.