Alles over het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en het Schone Lucht Akkoord (SLA)

Green Color

De GGD's wijzen in een brief d.d. 4 oktober 2019 aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de gezondheidsaspecten van het klimaatbeleid.

"Dank voor de gelegenheid om mee te mogen denken met het klimaatplan. Hierbij ontvangt u een gezamenlijke reactie van de drie Brabantse GGD’en te weten de GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en GGD Brabant Zuidoost.
Ten eerste een compliment voor de totstandkoming van dit klimaatplan. In het algemeen draagt klimaatbeleid bij aan de gezondheid en sommige maatregelen zullen zelfs direct tot grote gezondheidswinst leiden. Zo zullen de meeste maatregelen op het gebied van mobiliteit die bijdragen aan minder CO2-uitstoot gunstige gevolgen hebben voor de gezondheid.
Wij vragen uw aandacht voor het aspect gezondheid binnen het klimaatbeleid. Sommige maatregelen kunnen een risico vormen voor de gezondheid. Vooral bij de thema’s windmolens, biomassa en verduurzaming woningen zien we potentiele risico’s voor de gezondheid. Windmolens vanwege geluidhinder, biomassa vanwege de uitstoot van luchtverontreiniging en verduurzaming woningen vanwege de risico’s op verslechtering van het binnenmilieu, door onvoldoende ventilatie en bijvoorbeeld ook door geluid van warmtepompen.
Wij bevelen aan in het klimaatbeleid, in navolging van de Omgevingswet, gezondheid mee te nemen in alle afwegingen. Verbind het klimaatbeleid met de inzet die momenteel wordt gepleegd in (in ieder geval) de Nationale Omgevingsvisie, het Schone Lucht Akkoord, het Preventieakkoord en de aankomende Nota Volksgezondheid. Dit kan door de departementen I&W en VWS bij het klimaatbeleid te betrekken. Op lokaal niveau kan de GGD een belangrijke rol spelen in het belichten van gezondheidsaspecten bij klimaatmaatregelen."

Een recente studie (https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0160412018313242?via%3Dihub) wijst op het verhoogde risico van autisme (ASD "Autism Spectrum Disorder; ASS "Autisme Spectrum Stoornis") bij kinderen in de leeftijd van 1 tot 3 jaar die blootgesteld worden aan ultrafijnstof (PM1, PM2,5 en PM10) in verontreinigde lucht (verkeer, industrie en andere bronnen zoals vuurwerk, houtrook).

Zie ook https://phys.org/news/2018-11-air-pollution-linked-autism.html

en

https://www.scientias.nl/verband-gevonden-tussen-luchtvervuiling-en-autisme/

Mensen die in de buurt van Schiphol wonen, staan regelmatig bloot aan verhoogde concentraties ultrafijn stof. Dit kan een effect hebben op de gezondheid. Op zulke dagen hebben kinderen met luchtwegaandoeningen meer last en gebruiken ze meer medicijnen. Klachten zijn kortademigheid en piepende ademhaling. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu , in samenwerking met de Universiteit van Utrecht en het Academisch Medisch Centrum (AMC Academic Medical Center ). Nog niet eerder is er zo’n uitgebreid onderzoek gedaan naar ultrafijnstof van vliegverkeer en gezondheid.

logo GezondheidsraadGezondheidsraad

Gezondheidswinst door schonere lucht
Samenvatting Nr2018/01 januari 2018

De lucht in Nederland is de afgelopen decennia een stuk schoner geworden en voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen.
Desondanks leiden concentraties fijnstof, stikstofdioxide en ozon in de lucht naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar. Er is nog aanzienlijke gezondheidswinst te behalen. Om dat te bereiken zouden de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie aangehouden kunnen worden bij het verder verminderen van de luchtvervuiling. En nog minder luchtverontreiniging zou nog beter zijn. De gezondheidskundige advieswaarden zijn met name voor fijnstof strenger dan de Europese normen, maar zelfs bij concentraties luchtverontreiniging onder die advieswaarden zijn nog effecten op de gezondheid van mensen waargenomen.

Ontwikkelingen in luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd. De concentraties van de drie belangrijkste bestanddelen van luchtverontreiniging – fijnstof, stikstofdioxide en ozon – zijn teruggedrongen (voor ozon alleen gedurende zomerse episoden). Vooral de concentraties van fijnstof en stikstofdioxide in de lucht zijn de laatste decennia sterk gedaald, zodat nu vrijwel overal in Nederland wordt voldaan aan de Europese grenswaarden voor deze stoffen, met uitzondering van enkele zogenoemde ‘knelpunten’ in de grote steden (stikstofdioxide) en in gebieden met intensieve veehouderij of industrie (fijnstof). Wanneer de luchtkwaliteit voldoet aan de Europese grenswaarden, betekent dit echter niet dat daarmee ook de volksgezondheid volledig wordt beschermd. De Europese grenswaarden zijn minder streng dan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, behalve voor stikstofdioxide. De verwachting is dat met uitvoeren van het huidige lucht- en energiebeleid de concentraties van fijnstof en stikstofdioxide verder dalen en dat rond 2030 in een groot deel van het land de WHO-advieswaarden kunnen worden bereikt. Voor ozon is het beeld minder gunstig: op zijn best treedt er geen stijging op van het aantal ozonpieken en van de jaargemiddelde blootstelling.

Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging
Blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon kan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. Het gaat vooral om:

- het ontstaan en verergeren van luchtweg- en longaandoeningen, inclusief longkanker; en
- het ontstaan en verergeren van aandoeningen van hart en bloedvaten.

Voor andere aandoeningen is de bewijskracht voor een oorzakelijk verband onvoldoende.
Blootstelling aan luchtverontreiniging kan ook vroegtijdige sterfte veroorzaken. De concentraties fijnstof, stikstofdioxide en ozon in de Nederlandse lucht leidden in 2014 in Nederland naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen.
Zelfs bij concentraties onder de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO kan luchtverontreiniging de gezondheid aantasten en tot vroegtijdige sterfte leiden. Er is dus meer gezondheidswinst te verwachten van verdere verbetering van de luchtkwaliteit dan de WHO adviseert.
Kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen (vooral astmapatiënten) blijken extra gevoelig voor de effecten van blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Mensen met hart- en vaataandoeningen zijn extra gevoelig voor fijnstof.

Aangrijpingspunten voor luchtkwaliteitsbeleid

Generieke maatregelen ter bescherming van alle Nederlanders
De commissie adviseert prioriteit te geven aan het terugdringen van de concentraties fijnstof en stikstofdioxide afkomstig van wegverkeer (vooral dieselvoertuigen) en het aanpakken van de uitstoot van ammoniak vanuit de veehouderij.
Op die manier kan de ‘deken’ van luchtverontreiniging boven heel Nederland worden verminderd. Zo’n generieke aanpak levert naar verwachting de meeste gezondheidswinst op voor de gehele Nederlandse bevolking.

Specifieke maatregelen ter bescherming van hoogrisicogroepen
Verdere gezondheidswinst is te behalen door rekening te houden met hoogrisicogroepen: zowel mensen die langdurig verhoogd worden blootgesteld aan luchtverontreiniging, als mensen die vanwege leeftijd (kinderen en ouderen) of ziekte extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Ter bescherming van hoogblootgestelde groepen, adviseert de commissie extra maatregelen rond zogenoemde ‘hot spots’: locaties met relatief veel luchtverontreiniging, bijvoorbeeld rond drukke wegen. Voorbeelden van de aanpak van dergelijke hot spots in steden zijn: autoluwe binnensteden, milieuzones en snelheidsbeperkingen. Om specifiek de hooggevoelige groepen te beschermen pleit de commisie voor een ‘gevoeligebestemmingenbeleid’: geen voorzieningen voor kinderen en ouderen in de buurt van een hot spot. Om gevoelige groepen extra te beschermen, pleit de commissie voor het actiever verspreiden van specifieke gedragsadviezen, bijvoorbeeld om tijdens periodes van smog door ozon ’s middags buitenshuis geen zware inspanning te verrichten of binnen te blijven.

Internationale aanpak
Nederland is een klein land dat grenst aan dichtbevolkte buurlanden. Het fijnstof dat we in Nederland inademen is voor bijna de helft uit het buitenland afkomstig. Een internationale aanpak is dus onontbeerlijk, niet alleen voor fijnstof, ook voor de andere bestanddelen van luchtverontreiniging. Om de ozonconcentratie in Nederland effectief te verlagen moeten de uitstoot van bijvoorbeeld stikstofoxiden en methaan in heel Europa en zelfs op de rest van het noordelijke halfrond worden verminderd.
Daarnaast is het belangrijk dat het Nederlandse beleid zich richt op vermindering van de uitstoot van stoffen die ook in naburige landen tot fijnstofvorming bijdragen, zoals ammoniak.

Voorwaarden voor gezondheidswinst
De hoeveelheid gezondheidswinst die in de praktijk haalbaar is, hangt af van politieke keuzes. Voor een verlaging van de luchtverontreiniging tot onder de WHO-advieswaarden zijn immers extra beleidsmaatregelen nodig. Hoeveel gezondheidswinst in de praktijk is te realiseren, hangt onder meer af van hoe strikt de naleving van de regelgeving gehandhaafd kan worden.

De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat; Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikkelingen of trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl. Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad, 20xxx; publicatienr. 2018/01.

Auteursrecht voorbehouden

WHO’s First Global Conference on Air Pollution and Health, 30 October - 1 November 2018

The Global Conference on Air Pollution and Health, 30 October - 1 November 2018 will be organized at WHO Headquarters in Geneva, in collaboration with UN Environment, World Meteorological Organization (WMO), the Secretariat of the UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), the Climate and Clean Air Coalition to Reduce Short-Lived Climate Pollutants (CCAC) and the United Nations Economic Commission for Europe (UNECE). WHO is currently in the process of sending invitations. Remote participation will be facilitated by webcasting and live-streaming of the sessions.

Meer informatie http://www.who.int/airpollution/events/conference/en/