Alles over het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en het Schone Lucht Akkoord (SLA)

Red Color

In een brief van enkele GGD's (publieke gezondheid) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat bevelen zij aan in het klimaatbeleid, in navolging van de Omgevingswet, gezondheid mee te nemen in alle afwegingen. Daarbij moet het klimaatbeleid met de inzet die momenteel wordt gepleegd verbonden worden met de Nationale Omgevingsvisie, het Schone Lucht Akkoord, het Preventieakkoord en de aankomende Nota Volksgezondheid. Dit kan door de departementen I&W en VWS bij het klimaatbeleid te betrekken. Op lokaal niveau kan de GGD een belangrijke rol spelen in het belichten van gezondheidsaspecten bij klimaatmaatregelen.

Lees hier de brief d.d. 4 oktober 2019

Longfonds, zorgverleners en wetenschappers vragen om meer ambitie voor gezonde lucht

De behandeling van het Schone Lucht Akkoord staat op de agenda van het Algemeen Overleg Leefomgeving van donderdag 12 september 2019. Longfonds, zorgverleners en wetenschappers roepen u op u hard te maken voor gezonde lucht. Wij vragen u bij de staatssecretaris te pleiten voor meer ambitie en effectieve maatregelen in het Schone Lucht Akkoord, zodat er sneller gezondheidswinst voor iedereen en zeker voor mensen met een longziekte of hart-en vaatziekte bereikt wordt.

Noodzaak voor Gezonde Lucht

De noodzaak voor gezonde lucht is groot: er is veel gezondheidswinst te verwachten van verdere verbetering van de luchtkwaliteit. Blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon veroorzaakt nadelige gezondheidseffecten

het ontstaan en verergeren van luchtweg-en longaandoeningen, zoals astma, COPD en longkanker. Hierbij gaat het om een vermindering van de longfunctie en om luchtwegklachten zoals hoesten, kortademigheid en piepen. Meer dan 20% van het aantal nieuwe gevallen van chronische bronchitis bij volwassenen ontstaat door PM2,5. De effecten kunnen zo ernstig zijn dat ze kunnen leiden tot ziekenhuisopname en vroegtijdige sterfte. 4% van alle spoedopnamen (meer dan 4.000) voor ziekten aan de ademhalingswegen is het gevolg van luchtverontreiniging. 11% van alle longkankersterfte is het gevolg van PM2,5.

het ontstaan en verergeren van aandoeningen van hart en bloedvaten. Ook dit kan leiden tot ziekenhuisopname en vroegtijdige sterfte.4% van alle spoedopnamen (meer dan 12.000) voor hart-en vaatziekten is het gevolg van luchtverontreiniging.

37% van alle baby’s die geboren worden met laag geboortegewicht (lager dan 2500 gram) is het gevolg van PM2,5.

jaarlijks minimaal 11.000 vroegtijdige sterfgevallen.

Waarschijnlijk is deze indrukwekkende lijst aan gezondheidseffecten niet uitputtend.

Recent onderzoek laat zien dat bij meer dan 20% van de kinderen met astma het ontstaan van de ziekte gerelateerd is aan blootstelling aan stikstofdioxide. Andere onderzoeken tonen onder meer verbanden tussen luchtvervuiling en snelle veroudering van de longen, veranderingen in de kleinere bloedvaten in de longen en hogere sterfte als gevolg van onder meer hart-en vaatziekten. Zelfs met diabetes en psychische aandoeningen zoals dementie, depressie en schizofreniezijn relaties gevonden.

Het Schone Lucht Akkoord als kans

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) kán de stimulans zijnom in de komende jaren de luchtkwaliteit substantieel te verbeteren. Eerder is uit de beleidsdoorlichting van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit gebleken dat de getroffen maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn geweest. De overheid had dus meer kunnen doen om mensen te beschermen tegen luchtvervuiling. Met het SLA ligt er een nieuwe kans om de gezondheid van mensen te verbeteren.

Gezondheid als indicator

Al langer pleit het Longfonds samen met longartsen en andere zorgverleners voor het centraal stellen van gezondheid in luchtkwaliteitsbeleid. Met het ontwikkelen van een gezondheidsindicator waar beleid aan getoetst kan worden, komt het Kabinet hieraan tegemoet. Wij ondersteunen dan ook de inzet van de gezondheidsindicator.

De uitdaging voor echt gezonde lucht

De ambitie van het Schone Lucht Akkoord is om ‘vijftig procent gezondheidswinst te realiseren in 2030 ten opzichte van 2016. Dit betekent dat er wordt gestreefd naar 4 maanden gezondheidswinst in 2030 en het voorkómen van jaarlijks 4.000 tot 5.000 sterfgevallen. Ons inziens kan dat ambitieuzer: wij vinden dat het aantal vroegtijdige doden van 11.000 per jaar veel sneller naar beneden kan.In Nederland gaan we gemiddeld 9 maanden eerder dood door vieze lucht. Tot voor kort hield het RIVM het op 13 maanden, maar door een andere manier van rekenen lijken we er 4 maanden op vooruit te zijngegaan. Daar hebben onze longen en hart niets aan. De mensen die op de vieste locaties wonen leven zelfs 18 maanden korter. Gemiddeld 4 maanden minder levensverlies is zeker voor hen onvoldoende. Naast korter leven, leidt luchtverontreiniging ook tot verlies in kwaliteit van leven, zeker voor mensen met een longziekte of hart-en vaatziekte.

Wat ons echter de grootste zorgen baart is de manier waarop het kabinet de doelstellingen hoopt te behalen. We zien dat het kabinet voor luchtkwaliteit vooral inzet op het versterken en borgen van de effectiviteit van bestaand beleid, en het mogelijk maken van lokale pilots. Er is slechts in een enkele nieuwe maatregel voorzien. De overige maatregelen bestaan uit reeds voorgenomen beleid, ook op andere beleidsterreinen zoals landbouw en uit maatregelen die in het Klimaatakkoord zijn opgenomen. Wij willen meer ambitie om sneller meer gezondheidswinst te behalen. Wij roepen u daarom op om bij de staatssecretaris te pleiten voorhet volgende:
 
- Tref maatregelen voor alle vervuilende bronnen: industrie, verkeer, particuliere houtstook, biomassa, intensieve veeteelt, vliegverkeer en scheepvaart;
- Zorg dat het op de meest vieze plekken aanzienlijk schoner wordt;
- Tref geen negatieve maatregelen, of draai deze terug. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het terugdraaien van de snelheidsverhoging op snelwegen. En om de voor luchtkwaliteit en gezondheid ongewenste inzet op pelletkachels en biomassacentrales;
- Pak de grootste vervuilers als eerste aan;
- Stimuleer schone en gezonde alternatieven;
- De Rijksoverheid moet de regie voeren, de voorwaarden scheppen voor lokaal beleid (waaronder financiering), en zorgen voor adequate monitoring op de voortgang.
 
Gevoelige groepen
 
Gevoelige groepen zijn niet apart opgenomen in de gezondheidsindicator. In de Hoofdlijnenbrief wordt wel genoemd dat kwetsbare groepen zoals kinderen en astmapatiënten extra last hebben van de gevolgen van slechte luchtkwaliteit. Daarom worden hiervoor in het Schone Lucht Akkoord specifieke maatregelen uitgewerkt. Als voorbeeld wordt het stookalert (advies om geen hout te stoken) bij ongunstig weer genoemd. Wij bepleiten een gevoelige groepen-beleid met een specifiek maatregelenpakket dat meer behelst dan alleen het invoeren van een stookalert. Plaats bijvoorbeeld geen sportvelden of gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven en verpleeghuizen nabij vervuilende bronnen. 
 
De volledige petitie is hier te lezen en te downloaden.
 

"Nederlands beleid op circulaire economie en duurzaam inkopen gooit hoge ogen in Europees verband"

"Nederland heeft een koppositie op het gebied van circulaire economie en duurzaam inkopen van de overheid zelf. En ook op andere milieuthema’s is sprake van vooruitgang, maar ook ruimte voor verbetering.

Dat concludeert de Europese Unie in haar tweejaarlijkse Evaluatie Uitvoering EU-Milieubeleid 2019.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat): “Dit is een Paasrapport waar we mee thuis kunnen komen. Op belangrijkste aspecten scoren we heel goed. Tegelijkertijd is het niet zaligmakend, bijvoorbeeld de luchtkwaliteit kan verder verbeterd worden. Dus dat doe ik.
 
Van Veldhoven komt nog voor de zomer met haar inzet voor het Schone Lucht Akkoord. Gezondheidswinst door betere luchtkwaliteit staat in dat akkoord voorop.
 
Ruimte voor verbetering

Wat water- en luchtkwaliteit en natuurbehoud, ziet Europa in Nederland ‘enige vooruitgang’ maar tegelijkertijd ook ‘ruimte voor verbetering’. Het kabinet werkt hard om ook daar stappen te zetten."

Dat is wat de Staatssecretaris zegt, maar de conclusie van de EU is enigszins anders:

De luchtkwaliteit in Nederland nog steeds zorgwekkend.

Kosten en effecten van opties voor Nationaal Luchtbeleid

Rapport Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) 28-05-2019

In deze studie verkent het PBL een aantal mogelijke nationale maatregelen voor verbetering van de luchtkwaliteit tot 2030. Maatregelen zijn vergeleken op effectiviteit en kosteneffectiviteit voor verlaging van de gemiddelde blootstelling van de Nederlandse bevolking aan fijnstof, stikstofdioxide en roet.

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-III is afgesproken dat er een nationaal actieplan luchtkwaliteit komt dat gericht is op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Deze studie geeft inzicht in blootstellingseffecten en kosten van een aantal mogelijke nationale maatregelen. Het onderzoek is afgebakend tot maatregelen voor het verkeer, de houtstook in woningen en de landbouw.

Houtstookmaatregelen zijn effectief tegen fijnstof en roet

Voor een verlaging van de blootstelling aan fijnstof en roet op de langere termijn (2025-2030) zijn houtstookmaatregelen naar voorbeeld van Duitse wet- en regelgeving verreweg het meest effectief. Het gaat hier om de invoering van een nationale emissie-eis voor bestaande houtkachels gericht op uitfasering van oude vervuilende kachels, en het beperken van het gebruik van open haarden. Maatregelen voor houtstook behoren tot de meest kosteneffectieve maatregelen. De grote effectiviteit van deze maatregelen wordt verklaard doordat oude houtkachels en open haarden veel fijnstof uitstoten en heel lang mee gaan (mediane levensduur van kachels is 25 jaar).

Onderzochte maatregelen bij verkeer en landbouw hebben op de lange termijn (2025-2030) een veel minder groot effect op de blootstelling aan fijnstof en roet dan de houtstookmaatregelen maar een aantal hiervan scoren desondanks gunstig op kosteneffectiviteit. Voorbeelden zijn: de invoering van een stimuleringsregeling voor de retrofit (emissie-nabehandeling) van bestaande binnenvaartschepen, het verplicht stellen van mestinjectie bij grasland op zand (geen effect op roet), aanscherping van ammoniakemissie-eisen voor nieuwe melkveestallen en legkippenstallen (geen effect op roet) en het verlagen van de snelheid van zeeschepen nabij havens.

Verkeersmaatregelen zijn effectief tegen stikstofdioxide

Voor een verlaging van de blootstelling aan stikstofdioxide op de langere termijn zijn verkeersmaatregelen het meest effectief. De kabinetsambitie voor elektrificatie van personenauto’s heeft potentieel in 2030 het sterkste effect maar het is nog niet duidelijk met welke concrete maatregelen deze ambitie ingevuld gaat worden. De elektrificatie van personenauto’s is op de langere termijn een kosteneffectieve manier om de stikstofdioxideblootstelling te verlagen.

Op korte termijn kan de luchtkwaliteit verbeteren met uitfasering van dieselauto’s zonder roetfilter

Op de korte termijn (2020-2025) zou een volledige uitfasering van dieselpersonen- en bestelauto’s zonder roetfilter de sterkste effecten opleveren voor de gemiddelde blootstelling (aan zowel fijnstof, stikstofdioxide als roet) o.a. door een schoner wagenpark op korte termijn. Een deel van dit potentieel zou met lokale maatregelen (milieuzones) kunnen worden gerealiseerd. Doordat het autopark de komende jaren op zichzelf al schoner wordt nemen de blootstellingseffecten van dit type maatregelen af in de tijd.

Download het rapport (PDF, 1 MB)

Met het Regeerakkoord "Vertrouwen in de toekomst" van oktober 2017 is het volgende afgesproken:

"De Rijksoverheid blijft onder andere verantwoordelijk voor het realiseren van Europese doelstellingen op het terrein van lucht en water. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit eindigt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en zal worden vervangen door een nationaal actieplan luchtkwaliteit dat zich richt op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit."

 In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 25 april 2018 schrijft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat o.a:

"De Gezondheidsraad stelt dat er geen ‘veilig niveau’ van luchtverontreiniging is. Daarom zet ik mij in voor een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om zo te komen tot een vermindering van gezondheidsrisico’s als gevolg van luchtverontreiniging, waarbij het kabinet toewerkt naar de streefwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit wil ik bereiken voor zoveel mogelijk mensen, waaronder hen die behoren tot risicogroepen. In het Regeerakkoord is neergelegd dat er een Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit komt. Dit is niet een opgave die alleen landelijk opgelost kan worden. Ervaringen in de afgelopen jaren hebben laten zien dat samenwerking tussen alle lagen en internationaal nodig is om te komen tot verbetering van de luchtkwaliteit. Vanwege het sterk op samenwerking gerichte karakter en de goede samenwerking in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) ben ik voornemens hiermee verder te gaan onder de naam ‘Schone Lucht Akkoord’, waarin gezondheid centraal staat. Het advies van de Gezondheidsraad is daarvoor de basis.

In dit op te stellen Schone Lucht Akkoord zal de focus liggen op de door de Gezondheidsraad aanbevolen stoffen als de kleinere fractie van fijnstof (PM2,5), stikstofdioxide, ozon en ammoniak. Dit zijn ook stoffen waarover Europese afspraken zijn gemaakt. Naast aandacht voor de aanpak van lokale bronnen zal de inzet meer gericht zijn op het generiek verbeteren van de luchtkwaliteit om zo gezondheidswinst in den brede te boeken. Dit betekent open staan voor nieuwe perspectieven, waarbij naar een breed spectrum aan maatregelen gekeken wordt, kortom een andersoortige opgave dan tot op heden.
Ondertussen werk ik in het huidige NSL aan het op de kortst mogelijke termijn opheffen van de laatste overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor NO2 en PM10. Het concept-kabinetsbesluit “Aanpassing NSL 2018” volgt momenteel de zienswijzeprocedure, waarover u op 26 maart 2018 door mij bent geïnformeerd.
 
Omdat de lucht niet bij lands- of gemeentegrenzen stopt, is er op Europees vlak intensief contact tussen de lidstaten over het verbeteren van de luchtkwaliteit en worden afspraken vastgelegd. Daarbij staat gezondheid nog niet altijd centraal. Dit is wel mijn intentie en hiervoor zal ik dan ook pleiten in Europees verband. De Europese Commissie voert nu een fitness check uit van de Europese richtlijn Luchtkwaliteit, die eind 2019 afgerond zou moeten zijn. Deze zal inzicht geven in de toekomstbestendigheid van het huidige instrumentarium. Ik zal de Europese Commissie oproepen om het belang van gezondheid te betrekken in deze fitness check. Daarnaast wil ik met onze buurlanden in gesprek over maatregelen die de luchtkwaliteit over en weer kunnen verbeteren.

Maar ook lokaal is er veel mogelijk. Ik ben voornemens om het Schone Lucht Akkoord in te richten als een agenda waarin ook andere partijen in ons land een bijdrage kunnen leveren. Het akkoord wordt daarom samen met de verschillende stakeholders en decentrale overheden uitgewerkt. Ik vind het belangrijk om breed in de samenleving op te halen wat er leeft.

De afgelopen tijd heb ik vertegenwoordigers van decentrale overheden en belangengroepen gesproken over verbetering van de luchtkwaliteit en hun eigen inzet daarvoor. Ik heb gemerkt dat er veel ideeën en soms al vergevorderde plannen zijn om te komen tot verbetering van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van inwoners. Voorbeelden zijn het stimuleren van schonere brandstoffen en het streven naar emissiearme of zelfs emissievrije binnensteden op termijn. Het Schone Lucht Akkoord zal een samenwerking zijn tussen Rijk, provincies, gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen. Juist omdat schone lucht een gedeeld belang is voor iedereen betreft het ook een gedeelde verantwoordelijkheid die niet vrijblijvend kan zijn. Samen met de partijen ga ik de mogelijkheden verkennen om gemaakte afspraken vast te leggen, bijvoorbeeld in een bestuursakkoord en/of convenant."